Vanaf Camp Grinsby rijden we verder naar het noorden. De ochtend begint met regen, dus we vertrekken onder een grijze lucht richting Brattfallet.
Onderweg maken we nog even een omweg in Karlstad om LPG te tanken. Dat is in Zweden niet overal even makkelijk te vinden, dus daar houden we tijdens de reis rekening mee. Vlak voor vertrek hebben we LPG in de camper laten inbouwen. Geen gedoe meer met gasflessen, maar gewoon tanken wanneer het nodig is. Lekker makkelijk en een stuk zorgelozer.
Ondertussen verandert het landschap langzaam. Boven Karlstad zien we steeds meer dennenbomen en wordt het landschap heuvelachtiger. Riviertjes en meren duiken nog steeds overal op, maar toch voelt het hier weer heel anders dan waar we vandaan komen. De wegen worden stiller en de natuur krijgt steeds meer ruimte. Zweden blijft ons verrassen met steeds weer een nieuw gezicht.
En dan ineens: kraanvogels! Een hele familie staat rustig in het gras naast de weg. Värmland ligt op hun migratieroute naar het zuiden, dus hoe bijzonder is het om ze juist hier tegen te komen.
Onze volgende stop is de Brattfallet-waterval. Deze plek stond vooraf helemaal niet op ons lijstje, net als meer dingen die we tot nu toe hebben ontdekt. We kwamen hem tegen in een reisblog van iemand anders en dachten meteen: dit is echt iets voor ons.
De waterval ligt vlak bij de parkeerplaats, dus we hoeven vandaag geen lange wandeling te maken. Al snel staan we dan ook bij het water en kijken we opnieuw onze ogen uit. Het geluid van het stromende water hoor je overal om je heen. Niet alleen de waterval is mooi, ook het bos eromheen heeft weer iets bijzonders. Het ziet er heel anders uit dan de plekken die we eerder hebben gezien. We beginnen inmiddels te merken dat juist die onverwachte plekken ons misschien wel het meest verrassen.
Aan het einde van de dag vinden we een heerlijk rustig overnachtingsplekje aan de Klarälven, vlak bij Munkebols Ängen. We staan bijna direct aan het riviertje. Beter wordt het toch niet?
Er zijn hier zelfs droogtoiletten. Dat hoort blijkbaar ook bij het Scandinavische buitenleven. 😉 Best een ervaring! In ieder geval weer eens wat anders dan we thuis gewend zijn.
De volgende ochtend trekken we weer verder naar het noorden. De wegen worden steeds rustiger en langzaam krijgen we echt het gevoel dat we behoorlijk ver van de bewoonde wereld zijn. Juist daarom kijken we een beetje vreemd op als we tot voorbij Sälen toch nog best wat bebouwing tegenkomen. We dachten inmiddels dat we echt in the middle of nowhere zaten, maar eerder het tegenovergestelde.
Rond Sälen duiken ook de eerste skioorden op. Nu is het er lekker rustig, maar je kunt je voorstellen dat het hier in de winter totaal anders is. Dan zal het waarschijnlijk een stuk drukker en levendiger zijn.
Voor de nacht vinden we wederom een fijn plekje, Bornasjön, aan een mooi meertje. We staan hier heerlijk. En zowaar schijnt de zon vandaag een groot deel van de dag. Na al die wisselvallige dagen voelt dat echt als een cadeautje.
Onderweg blijven we reeën tegenkomen in de weilanden. Eén keer maakt een kleintje het extra bijzonder: hij komt ons tegemoet huppelen over de weg. Gelukkig kiest hij op tijd voor de veilige kant en verdwijnt hij weer tussen de bomen.
Wat me ook al een paar keer is opgevallen, is dat lichtgroene mos. Het valt echt op tussen de bomen. Bij ons betaal je er best veel voor als je het in een kerststukje wilt verwerken, terwijl het hier gewoon overal groeit.
De volgende dag gaan we naar Fulufjället Nationaal Park. Zonder reisblog waren we hier waarschijnlijk gewoon voorbijgereden, want we hadden er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. We lopen richting de Njupeskär-waterval en merken al snel: dit is zo’n plek die je niet snel meer vergeet.
De route voert ons eerst door uitgestrekte moerasgebieden met aparte bomen en begroeiing, waar we over lange houten steigers lopen. Daarna verandert de omgeving opnieuw en lopen we door een 400 jaar oud oerbos. Het voelt bijna alsof we een andere wereld binnenstappen, ver weg van alles. Geweldig.
Onderweg moet ik af en toe even bijtanken en mijn eigen tempo zoeken. Maar we hebben geen haast, dus dat is helemaal prima. We nemen gewoon rustig de tijd en genieten ondertussen van alles om ons heen.
En dan komt uiteindelijk de Njupeskär waterval langzaam in beeld. Een van de hoogste en bekendste watervallen van Zweden met een totale hoogte van 93 meter, waarbij het water 70 meter volledig vrij naar beneden stort in een diepe kloof.
Wat een bijzondere plek.
Wat een overweldigende natuur.
Pas achteraf zie ik dat we bijna vier kilometer hebben gelopen. Misschien maar goed dat ik dat van tevoren niet wist 😉 Maar ik ben vooral trots dat ik het gewoon heb gedaan. De wandeling was best pittig, maar door de mooie omgeving was het helemaal de moeite waard. Deze ervaring neem ik zeker mee naar huis. Misschien maakt het juist extra bijzonder dat we hier min of meer toevallig zijn beland. We hadden vooraf echt geen idee wat we zouden aantreffen.
Niet ver van Fulufjället, bij Mörkret, vinden we daarna een overnachtingsplek die bijna niet mooier kan. Via een stuk gravelweg vanaf de hoofdweg komen we bij de Fuluälven. Er zijn hier maar twee plekjes, en wij staan prachtig langs het riviertje, helemaal omringd door groen. Rust. Water. Bos.
Precies zo’n plek waar je even niets hoeft en gewoon kunt genieten van waar je bent.
Wat morgen brengt, zien we dan wel weer.
Wordt vervolgd…
Groetjes,
Liene
Reactie plaatsen
Reacties